In 1950 haalde de helft van degenen die in dat jaar 65 waren hun tachtigste levensjaar. De helft van de 65-jarigen in 2016 zal 86 worden, op basis van de huidige sterftekansen. In 1950 was de kans om 90 te worden 9 procent, nu is dat 31 procent, aldus het CBS.

Het CBS verwacht dat de levensverwachting van 65-jarigen in 2023 zal toenemen tot 20,5 jaar. Beleidsmakers gebruiken dit cijfer om de toekomstige AOW-leeftijd vast te stellen. Deze verwachting valt lager uit dan in de prognose van 2016, toen deze op 20,7 jaar werd gesteld. Dat komt doordat de nieuwe prognose gebaseerd is op recentere sterftecijfers dan de prognose van 2016. In de laatste vier maanden van 2016 en de eerste acht maanden van 2017 stierven meer mensen dan in de oudere prognose was verwacht. Dergelijke fluctuaties in de feitelijke sterfte zorgen ieder jaar voor kleine schommelingen in de levensverwachting.

De bevolkingsprognose van het CBS wordt gebruikt voor de vaststelling van de toekomstige AOW-leeftijd volgens de Algemene Ouderdomswet. In november 2016 heeft de overheid besloten dat de AOW-leeftijd in 2022 verhoogd wordt naar 67 jaar en 3 maanden. Aan de hand van de nu bekendgemaakte prognose van de levensverwachting van 65-jarigen in 2023 wordt de AOW-leeftijd in 2023 vastgesteld.