De Eerste Kamer is akkoord met de plannen van het kabinet voor de fiscale hervorming van de pensioenen. De veranderingen bij de pensioenopbouw, waaronder verlaging van het opbouwpercentage, treden daarmee op 1 januari 2015 in werking.

De wetswijziging hangt samen met de gestegen levensverwachting en de stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Als gevolg van de aanpassingen zullen pensioenpremies dalen, wat voor werknemers resulteert in een hoger netto loon. Dit geeft een bestedingsimpuls aan de economie.

Bovendien leiden de aanpassingen tot een besparing op de Rijksbegroting die oploopt tot circa 2,8 miljard euro in 2017 (structureel circa 1,2 miljard euro). Daarmee is het één van de grote hervormingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher.

Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon). Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen.

Diverse ingebouwde waarborgen zorgen ervoor dat de lagere pensioenopbouw doorwerkt in een daling van de pensioenpremie. Daarnaast blijft de aftopping van het pensioengevend inkomen ongewijzigd; op 100.000 euro (in 2015). Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon.