Het ministerie van Financiƫn heeft op verzoek van het Verbond van Verzekeraars, Adfiz en de NVGA besloten de verhoging van de assurantiebelasting van 9,7% naar 21% toch per 1 januari door te voeren.

Eerder was een ingangsdatum van 1 april vastgesteld, maar dat stuitte op uitvoeringsproblemen bij verzekeraars, schrijft staatssecretaris Weekers aan de Tweede Kamer.

Om ontduiking tegen te gaan, was het nieuwe tarief van toepassing op alle (schade)verzekeringen die in 2013 worden gesloten of prolongeren.
Bij deze methode zou de verzekeraar ook over de reeds betaalde premies (bijvoorbeeld bij jaarbetaling), over de periode vanaf 1 april tot aan de betaalde datum, een naheffing moeten houden voor de verhoging van de assurantiebelasting.

De kosten om de administratieve systemen aan deze methode aan te passen en tot naheffing en inning van de extra assurantiebelasting over te gaan, zijn hoog.
Bovendien vindt de branche het onwenselijk dat verzekerden bij deze methode een naheffing assurantiebelasting ontvangen.

Het Verbond, gesteund door Adfiz en de NVGA heeft daarom gepleit voor invoering per 1 janauri. Dit jaar kan het 21%-tarief nog wel worden ontweken.
Het is niet uit te sluiten dat dit de nederlandse staat honderden miljoenen euro's zal gaan kosten.

Daarom wordt in het Belastingplan 2013 een bepaling opgenomen die regelt dat de hogere assurantiebelasting ook geldt voor premies die tussen 1 oktober 2012 en 31 december 2012 vervallen zijn, voor zover die betrekking hebben op een verzekerde periode vanaf 1 april 2013.

Als blijkt dat de anticipatie dermate hoog is dat de beoogde extra opbrengste van 1.222 miljoen in 2013 niet behaald wordt, laat het kabinet die bepaling via een klein koninklijk besluit in werking treden. Blijkt de mate van anticiapatie mee te vallen, dan laat het kabinet die bepaling niet in werking treden.